Oefeningen met de Innerlijke Criticus

Luister naar ieders kritiek, maar behoud je eigen oordeel
William Shakespeare

De stem in ons hoofd die ons vertelt wat we verkeerd doen is ergens in onze jeugd ontstaan. Hoe meer kritiek onze opvoeders hadden, des te sterker is de interne criticus geworden. Als je weet waar de stem vandaan komt is het makkelijker hem te herkennen.
En als je weet dat je interne criticus aan het woord is is het makkelijker hem te bedanken voor zijn bezorgdheid en zijn advies eventueel terzijde te leggen.

  1. In je jeugd moest je je waarschijnlijk op een bepaalde manier gedragen om het je ouders of je broers en/of zusjes naar de zin te maken. Wat moest je doen om ze het naar de zin te maken?
  2. Welk gedrag werd er van je geƫist?
  3. Deed je wat ze wilden, of kwam je in opstand?
  4. Was jou een bepaalde rol toebedeeld in je familie? Misschien moest je op je kleinere broertje of zusje passen of was je de vredestichter of juist de clown.
  5. Waarin verschilde die van de rol van je broers en/of zusjes?
  6. Hoe werd jouw Innerlijke Criticus gevoed door kritiek van mensen in je directe omgeving?
  7. Zou het kunnen dat je ouders in hun hart jaloers waren op wat ze in jou afkeurden? (Als je veel praatte en je ouders dat afstraften: misschien hadden je ouders als kind geleerd dat ze stil moesten zijn terwijl ze eigenlijk ook meer wilden praten.)
  8. Welke leraren gaven je een rotgevoel door hun veroordelende houding en wie gaven je een goed gevoel omdat ze niet zo deden? Waarover had je een rotgevoel?