Vlechten

Dorien was een mooi en lief kaboutermeisje. Ze had een stoer schilletje, maar was daarachter best onzeker. Wat dat betreft, lijken kabouters enorm veel op mensen. Haar meest opvallende kenmerk waren haar oersterke blonde haren. Zo sterk waren die haren dat haar vader haar ooit aan haar vlechten had opgetild en Dorien had laten schommelen. Je begrijpt wel dat Dorien heel trots was op haar haar. Elke ochtend besteedde ze wel een uur aan het borstelen, met middeltjes insmeren en vlechten.

Vlechten betekenden veel voor Dorien. Toen ze klein was, had haar moeder eens de haren van Dorien vervlochten met de haren van haar schoolvriendinnetje Riny. Dat had toen zoveel indruk gemaakt op Dorien! De hele dag had zij aan het vriendinnetje vastgezeten en samen hadden ze de grootste lol gehad. Nog steeds, nu Dorien toch al wat ouder is, denkt ze vol verlangen terug aan die dag dat ze zich totaal verbonden voelde. Maar ook herinnert ze zich dat die dag een pijnlijk einde had: Dorien en haar vriendin bleken zo met elkaar vervlochten te zijn dat ze er last van begonnen te krijgen. Dorien wilde naar links, Riny wilde naar rechts en dat kon natuurlijk niet tegelijk. Riny bleek de sterkste te zijn en dus had ze een huilende Dorien meegesleept naar de kaboutersnackbar terwijl Dorien liever een gezond elfenbroodje had gegeten. En aan het eind van de avond wilde Riny lekker bij de buis hangen, terwijl Dorien nog naar het kabouterclubhuis wilde. Riny had ook die keer haar zin gekregen, terwijl Dorien de hele avond voor de TV had zitten mokken. Toen ze 's avonds moesten slapen en ze eindelijk los van elkaar waren gekomen, had Dorien gezegd dat ze nooit meer zo vervlochten wilde zijn.

Maar dit gevoel sleet: naarmate de jaren verstreken, verlangde ze steeds vaker ernaar om die speciale verbondenheid weer te voelen. En ze wist zeker dat ze dan nooit ruzie zou maken en alles zou doen wat haar vriendin wilde. Dorien had nog wel eens kaboutervriendinnen gevonden die met haar wilden vlechten. Maar elke keer liep dat toch weer verkeerd af: als Dorien en haar vlechtpartner iets verschillends wilden, bleek dat niet in harmonie op te lossen te zijn. En meestal was Doriens haardos beschadigd doordat haar partner gewoon sterker was... Dorien werd een ongelukkig kaboutermeisje. Uiterlijk was niets aan haar te zien, hoor. Ze leek een meid die heel tevreden was met haar leven. Alleen 's nachts, in haar dromen bleek hoezeer ze verlangde naar meer. Vaak huilde ze bittere tranen in haar bed.

Op een nacht was ze weer huilend in slaap gevallen. In haar droom kwam een vreemde vrouw naar voren. Deze droomvrouw had weinig gelijkenis met de kaboutervrouwen die Dorien kende. Het was een mooie, lange vrouw met blonde, opgestoken haren en ze werd Sophie genoemd, wat Grieks is voor wijsheid. Ze leek een beetje op de Venus van Milo, maar dan met armen.

Sophie sprak de dromende Dorien aan: "Huil jij," vroeg ze, "omdat jij de maan wilt bezitten?" Dorien dacht van niet. "Huil jij dan omdat je de zon wilt beteugelen?" "Welnee!" riep Dorien uit. "Zo ben ik helemaal niet. Ik heb maar heel weinig wensen, alleen echte liefde. Dat is toch niet te veel gevraagd?" Sophie vond echte liefde inderdaad niet te veel gevraagd en ze wilde Dorien graag helpen gelukkiger te worden. Ze gaf Dorien de opdracht om gedurende een week haar haar op te steken, net zoals Sophie het droeg. Als ze dat een week deed, zou de liefde vanzelf haar kant op komen. En de geliefde zou ze herkennen doordat die ook het haar opgestoken zou hebben. Na een week, zei de droom-Sophie, zou ze weer in Doriens droom verschijnen.

De droom had veel indruk op Dorien gemaakt en de volgende ochtend besteedde ze een uur aan het borstelen, met middeltjes insmeren en opsteken van haar haar. Met opgeheven hoofd ging Dorien naar haar kabouterwerk. Ze moest haar hoofd wel opgeheven houden, want ze had zo een grote haarmassa bovenop dat ze dreigde om te vallen als ze niet oplette. Hoewel haar collega's veel opmerkingen maakten over haar kapsel, was ze vastbesloten om door te zetten dus kwam ze de volgende ochtend weer met opgestoken haar op haar werk. Aan het eind van de werkweek vond ze het eigenlijk wel leuk dat ze zo opviel tussen haar collega's. Maar het voelde nog steeds ongemakkelijk om zo anders te zijn. En ze had nog niemand anders gezien met opgestoken haar.

Ook vrijdag- en zaterdagavond in het kabouterclubhuis had iedereen het haar los of gevlochten. Nergens zag Dorien een suikerspin zoals ze zelf droeg. Teleurgesteld ging Dorien beide avonden naar huis. Ze droomde, maar Sophie liet zich in die dromen niet zien.

Op zondagavond was het erop of eronder, besefte Dorien. Dit was de laatste avond dat het wonder kon gebeuren. Gezeten achter haar beukenootsapje keek het kaboutermeisje vol verwachting om zich heen. Er waren veel aardige kabouters in het clubhuis aanwezig, maar niemand had een opgestoken kapsel. Treurig merkte Dorien hoezeer ze had verwacht dat deze avond haar eenzaamheid afgelopen zou zijn. En ze verweet zichzelf dat ze zo stom was geweest om in een droom te geloven. Ze maakte al aanstalten om te vertrekken toen ze werd aangesproken door een kaboutermeisje met lange vlechten dat ze zaterdag ook had gezien.

Verlegen vroeg het kaboutermeisje hoe Dorien heette. Zelf heette ze Marja. Marja vertelde dat ze wilde zijn zoals Dorien; ze wilde ook haar haar opsteken, maar wist niet hoe dat moest. Zou Dorien haar dat willen leren? Natuurlijk wilde Dorien helpen. Het clubhuis zou al bijna sluiten dus was de kans erg klein dat alsnog een kabouter met een suikerspin zou binnenkomen. Ze gingen dus naar Marja's huis, Dorien stak het haar van Marja op en werd op slag verliefd. Dit was een heel andere verliefdheid dan ze tot nu toe gekend had. Het was alsof ze niets van de ander verwachtte en alleen maar hoefde te genieten van het samenzijn. Ze zaten niet aan elkaar vast. Maar omdat ze ervoor konden kiezen om elkaars handen vast te houden of los te laten, voelde de band tussen hen veel sterker dan Dorien ooit had meegemaakt. En die avond kozen ze voor vasthouden: hand in hand vielen ze in slaap.

Zoals beloofd verscheen die nacht Sophie weer in Doriens droom. Maar niet alleen in de droom van Dorien: ook Marja droomde die nacht voor het eerst van Sophie. De godin van de wijsheid vertelde een groot geheim: elke kaboutervrouw heeft een Sophie die wijze raad kan geven als je daarvoor openstaat. Dorien en Marja hadden elkaar gevonden toen ze hadden geleerd om hun eigen innerlijke vrouw respecteren en ernaar te luisteren. Eigenlijk kan je zeggen dat de Sophie in Dorien de Sophie van Marja had herkend.

Hier eindigt het verhaal van de kabouters Dorien, Marja en de innerlijke godin Sophie.

Misschien dat de relatie tussen Dorien en Marja niet eeuwig heeft geduurd. Kabouters zijn in relaties niet bezitterig, hoewel er uitzonderingen bestaan. Maar ik weet zeker dat ze, als ze niet meer samen zijn, nog heel veel respect voor elkaar hebben, altijd een relatie houden met Sophie en dat ze de kabouterwereld een stuk beter maken door hun vrouwelijke wijsheid uit te dragen.